De smetteloze afwerking, de scherpe lijnen en het sobere pallet plaatsen Alexandre Cabenels Albaydé in het centrum van academische uitmuntendheid. De in Montpellier geboren Cabanel won in 1845 de tweede prijs van Rome. Hij was zeker een van de laatste fervente academici die vastberaden vasthield aan de restricties en hiërarchieën opgelegd door de Académie, ondanks de opkomst van radicale stijlveranderingen die door onder meer Gustave Courbet werden uitgedragen.
Het onderwerp werd ontleend aan een van de gedichten uit Les Orientales van Victor Hugo 'Les tronçons du serpent' (fragmenten van een slang). Hierin begeert de dichter de liefelijke reebruine ogen van Albaydé. Cananel beeldt Albaydé hier af op een manier die veel weg heeft van de lome naakte vrouwen van Ingres. De lethargische figuur van Albaydé is hier zowel een object van visueel genot als een allegorie. Albaydé werd gemaakt als zijnde één van een drieluik met als thema de precaire overgang van jeugd naar volwassenheid. Albaydé stond voor de jeugdige onschuld die verloren ging. Het is overduidelijk dat zij is afgebeeld als een verleidelijke (zij het wat slonzige) Oosterse courtisane in een ruimte die doet denken aan een islamitische lounge, een harem en een opiumhol.