Friedrich schilderde meer dan twee dozijn werken waar begraafplaatsen of graven op staan en de overgrote meerderheid hebben tenminste één van twee eigenschappen: ze worden getoond in hetzij vervallen of beschadigde staat of zijn verbonden met kerkgebouwen, in verval of in tact. Dit staat sterk in contrast met de algemene conventies van het schilderen van kerkhoven in de negentiende eeuw, waarin meestal de schoonheid en melancholie van de begraafplaats wordt benadrukt in plaats van hun isolatie van de maatschappij van die tijd.




De Kerkhofpoort
olieverf op doek • 143 × 110 cm