Pietà by Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni - 1498-1499 - 174 x 195 cm Pietà by Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni - 1498-1499 - 174 x 195 cm

Pietà

Marmer • 174 x 195 cm
  • Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni - 6 maart 1475 - 18 februari 1564 Michelangelo di Lodovico Buonarroti Simoni 1498-1499

De Pietà is een renaissancebeeldhouwwerk van Michelangelo Buonarroti, dat zich bevindt in de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad. Het is het eerste van een aantal werken met hetzelfde thema van deze kunstenaar. Het beeld werd besteld voor de Franse kardinaal Jean de Bilhères, die vertegenwoordiger in Rome was. Het beeld in Carrara-marmer werd gemaakt voor het grafmonument van de kardinaal, maar werd in de 18e eeuw verplaatst naar zijn huidige plaats, de eerste kapel aan de rechterkant als men de basiliek binnenkomt. Het is het enige werk dat Michelangelo ooit signeerde.

Dit beroemde kunstwerk stelt het lichaam van Jezus voor op de schoot van zijn moeder Maria na de kruisiging. Dit thema komt uit het noorden: het was in die tijd populair in Frankrijk maar nog niet in Italië. Michelangelo's interpretatie van de Pietà is de eerste in zijn soort in de Italiaanse beeldhouwkunst. Het is een belangrijk werk omdat er in dit beeld een evenwicht is gevonden tussen de renaissance-idealen van klassieke schoonheid en het naturalisme. 

De Madonna is erg jong voor de moeder van een 33-jarige zoon, wat niet ongewoon is in afbeeldingen van haar tijdens het lijden van Christus. Hiervoor zijn verschillende verklaringen geopperd. Een ervan is dat haar jeugd symbool staat voor haar onkreukbare zuiverheid, zoals Michelangelo zelf zei tegen zijn biograaf en collega-beeldhouwer Ascanio Condivi: "Weet gij dan niet dat kuise vrouwen veel langer fris blijven dan zij die niet kuis zijn? Hoeveel te meer in het geval van de Maagd, die nooit de minste wulpse begeerte had ervaren die haar lichaam zou kunnen veranderen?" 

Volgens een andere verklaring zou Michelangelo's behandeling van het onderwerp beïnvloed zijn door zijn passie voor Dante's Divina Commedia; hij was zo vertrouwd met het werk dat hij, wanneer hij naar Bologna ging, voor gastvrijheid betaalde door er verzen uit voor te dragen. In Canto 33 van Paradiso zegt de heilige Bernardus, in een gebed tot de Maagd Maria: "Vergine madre, figlia del tuo figlio" (Maagdelijke moeder, dochter van uw zoon). Dit wordt gezegd omdat, aangezien Christus een van de drie figuren van de Drie-eenheid is, Maria zijn dochter zou zijn, maar het is ook zij die hem gebaard heeft.